NT 1 en Methode De Haan

 

NT-1

 

Hoe komt het dat een groot aantal mensen de moedertaal niet of slechts met moeite kan leren lezen en schrijven? Dat komt, omdat zij de samenhang tussen medeklinkers en klinkers niet begrijpen, waardoor de letters waaruit de woorden zijn opgebouwd, voor hen zinloze tekens zijn.

 

Wat kan Methode De Haan voor deze mensen doen?

 

Met behulp van de volgende materialen kunnen ze op basisniveau zowel leren lezen als schrijven.

 

  1. Aanvankelijk lezen en schrijven met de spellingmethode van De Haan, leerlingboekje.(26 blz.)
  2. Instructieboekje voor de leerkracht = om op een juiste manier te leren spellen
  3. Klein stappenplan bestaande uit 16 verklarende taalregels.
  4. Leeslesjes voor gevorderden.
  5. Dictees

 

1-5 = op het niveau van 1ste en 2de leerjaar (= de groepen 3-4) van de basisschool. Het geheel is genoeg voor drie tot vier maanden tot een jaar al naar gelang de diepte van het probleem. Dan kan men op AVI 3-4 lezen. Als men op dat niveau leest, is er een natuurlijke aansluiting tot het vervolgplan, als men verder wil gaan, of als men verder kan gaan, omdat niet iedereen kan alles leren:

 

 

  1. Groot stappenplan 1 bestaande uit 34 verklarende taalregels.       (= de groepen 3 - 5)
  2. Groot stappenplan 2 bestaande uit 16 verklarende taalregels.       (= de groepen 4 - 6)
  3. Groot stappenplan 3 bestaande uit 48 verklarende taalregels.       (= de groepen 4 - 8)

 

Het leesniveau bepalen we met de volgende testzin:

 

 

Ik spreek de enkele a, e, i, o, u met dezelfde klanken uit als de dubbele aa, ee, ie, oo, uu:

 

 

Als een NT-1 leerling deze zin niet kan lezen, moeten we beginnen met het leerlingboekje. Als een NT-1 leerling de testzin wel kan lezen, gaan we beginnen met de 34 verklarende taalregels van het grote stappenplan.

 

 

Het programma ziet er verder als volgt uit als we met het leerlingboekje moeten beginnen. Men oefent in maximaal 15 minuten per dag de volgende onderdelen:

 

  1. een stukje tekst lezen;
  2. van letters woorden maken;
  3. het ABC hardop zeggen

 

In het vervolgprogramma blijft men maximaal 15 minuten per dag oefenen.

 

 

Voorbeeld van beginnerstekst : oefening 1 van het leerlingboekje:

oo, oo, oom, oom  

oo, oo, oom, oom, ook, ook                      

oo, oo, oom, ook

oo, oo, oom, ook, ook, oog, oog

oo, oog, ook, oom

 

daarbij leert men ook met letternamen spellen:

 

 o, o, em = oom


o, o, ka = ook


o, o, gee = oog

Stichting Methode de Haan Voltaplein 10 1098 NR Amsterdam
tel: 020-6935834 e-mail: info@abc-methodedehaan.nl